Verwarring

'Heb je vannacht krullen in je haar gezet?', vraag je aan Pim. We zijn in het Van der Valk-hotel in Nootdorp aan het lunchen, maar je uitsmijter met spek en ham heb je al van je weg geschoven. Pim, sinds zijn zestiende verguld met zijn natuurlijke blonde afro, werpt me een blik toe die ik alleen zou kunnen beschrijven als één vervuld van meelij vermengd met verwarring. Een seconde later herpakt hij zich en besluit het mee te spelen. 'Dat wilde Kels, ze heeft er krulspelden ingedaan'. Je lacht er hartelijk om. En dat doen wij dan ook maar.

Lees verder...

Gebroken hoop

De dagen die volgden op die eerste avond startten en eindigden als in een roes. Scans, testen, ladingen informatie, eindeloze gesprekken en de continue aanwezigheid van wat er gebeurde in al onze hoofden waren veel, erg veel, om te verwerken. 

De definitieve diagnose volgde kort daarop. In plaats van meerdere kleine tumoren bleek het één tumor van vier centimeter in omvang, die in de rechterkant van je hoofd gepositioneerd is. De dokters vertelden dat het primair is, en dat de rest van je lichaam 'schoon' is. 

Agressief. Kwaadaardig. Hersenkanker.

Drie steekwoorden die sinds die dag niet meer uit mijn hoofd zijn verdwenen. 

Lees verder...

De bom wordt gedropt

"Heb je wat te doen vanavond?"

 En zo begon de avond, met die simpele vraag van een vriend die net een auto had gekocht, de race-versie van de Honda Civic. Hij ging een stukje rijden met Arjan, en als ik mee wilde mocht dat. Hij weet dat ik zijn auto fantastisch vind, "adrenalinejunkie" die ik ben. Ik was net aangekomen bij mijn ouders, en was van plan om wat te gaan computeren. Na een korte overdenking besloot ik toch mee te gaan, en rond kwart voor negen stonden ze dan ook netjes voor de deur. 

Na met 180 km/u over de A4 te zijn gegaan bracht de snelheidsduivel ons naar Den Haag, vervolgens naar Wassenaar en toen terug naar Delft. Gebabbel over vakanties in Frankrijk, websites en muziek vulden de auto en tevens mijn gedachten. 

Vlak bij Delft voel ik mijn telefoon trillen. Dit keer is het niet mijn vader's foto die mijn scherm siert, maar die van mijn broer Dion. Geamuseerd neem ik op, en antwoord bevestigend op zijn vraag of ik in de auto zit. "Wat vind je er van?", vraagt hij me vervolgens. Denkend dat hij het heeft over eerder die dag, de kwestie met het niet kunnen lopen, antwoord ik luchtig dat het mijns inziens wel meeviel. Wel meeviel. Understatement van het jaar. Mijn broer dropt de bom, en vertelt me dat er meerdere tumoren in jouw hoofd zitten, waarschijnlijk nog niet beseffend dat ik er niets van af wist.

Lees verder...

Een bewogen middag

Samen met mijn moeder op de scooter ben ik, volledig ingepakt tegen de kou, onderweg naar het winkelcentrum. Mijn telefoon trilt; ik kijk en zie de foto van mijn vader in beeld.  

"Ik ben net gebeld, ze kan niet meer lopen. Kun je er even langsgaan?"

We hebben de scooter geparkeerd, en met lichte verontrusting heb ik je gebeld. Je stond in de gang, en vroeg of ik je pan soep op kon komen warmen. Na het nodige aandringen (koppig? welnee...) beloofde je weer te gaan zitten tot ik er zou zijn. Gewapend met twee repen nougat gingen we onderweg.

Lees verder...